Na een CVA (beroerte)
Een CVA (hersenbloeding of herseninfarct) kan ingrijpende gevolgen hebben.
Op deze webpagina gaan we in op enkele moeilijke vragen waar CVA-patiënten in de loop der tijd tegen aan kunnen lopen.
Gaat de CVA-patiënt herstellen?
Kort na een CVA komt al snel een belangrijke vraag boven drijven: gaat mijn partner, vader, moeder (verder te noemen ‘dierbare’) die een CVA heeft gehad helemaal herstellen? Hoe groot is de hersenschade? Wat is het toekomstperspectief?
Natuurlijk is de behandelend arts degene die hier een uitspraak over doet. Toch valt er in algemene termen ook iets over te zeggen. Als er een revalidatieprogramma wordt gevolgd is bij elke CVA de kans groter dat er enige vorm van verbetering zal optreden. De mate waarin verbetering haalbaar is, neemt toe als er in de eerste week na het CVA herstel te zien was. Maar toch blijven vooral de grote van het infarct (of de bloeding) en de plek in de hersenen bepalend voor de intensiteit van de schade, op korte én lange termijn. Ook spelen allerlei andere factoren een rol, zoals leeftijd, leefstijl, ziekten en aandoeningen.
Een CVA-patiënt en zijn of haar familie gaan een onzekere toekomst tegemoet. In de eerste drie maanden is meestal het grootste herstel te zien. Maar zelfs bij een klein infarct is niet met zekerheid aan te geven of de verschijnselen geheel verdwijnen. Wat wel duidelijk is, is het volgende: als een CVA-patiënt niks doet, zal het herstel veel minder voorspoedig verlopen. Het advies luidt dus: trainen, oefenen, herhalen en vol blijven houden!
Wat gebeurt er na de ziekenhuisopname?
Na het verblijf in het ziekenhuis zijn er meerdere mogelijkheden:
Naar huis: als de (rest)verschijnselen van het CVA het toelaten, kan uw dierbare na de ziekenhuisopname weer naar huis. Soms is tijdelijk hulp van een thuiszorgorganisatie nodig, soms redt de patiënt het alleen met hulp van diverse mantelzorgers. Bijna altijd volgt de patiënt een vorm van revalidatie, zoals fysiotherapie, logopedie of ergotherapie. Osira Thuiszorg heeft gespecialiseerde CVA-verpleegkundigen in dienst.
Revalidatiekliniek: een revalidatiekliniek richt zich op het optimaal benutten van uw mogelijkheden en het leren omgaan met beperkingen. De volgende gebieden komen aan de orde: bewegen, zelfverzorging, communicatie, wonen, werken, tijdsbesteding, het geheugen, de concentratie en het verwerken van de gevolgen van een CVA. De revalidatie kan klinisch (dan wordt de patiënt opgenomen) en poliklinisch (u woont gewoon thuis) plaatsvinden. Dit is afhankelijk van een aantal factoren en wordt in overleg met u bepaald. De OsiraGroep werkt samen met het Revalidatie Centrum Amsterdam.
CVA-unit in verpleeghuis: enkele verpleeghuizen hebben een revalidatieafdeling speciaal voor CVA-patiënten, de zogenaamde CVA-unit. Het verblijf op een CVA-unit duurt maximaal acht weken en alles is erop gericht om de cliënt binnen dit tijdsbestek zo optimaal mogelijk te revalideren. De volgende revalidatietechnieken worden ingezet: fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, activiteitenbegeleiding, neuropsychologische ondersteuning en maatschappelijk werk. De OsiraGroep heeft CVA-units in de woonzorgcentra Sint Jacob en De Drie Hoven.
Revalidatieafdeling in verpleeghuis: een revalidatieafdeling van een verpleeghuis is bedoeld voor revalidatie die langer duurt dan acht weken. De cliënt leert omgaan met zijn beperkingen en probeert zijn mogelijkheden ten volle te benutten. Revalidatietechnieken die worden ingezet zijn: fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, activiteitenbegeleiding, neuropsychologische ondersteuning en maatschappelijk werk. De OsiraGroep heeft revalidatieafdelingen in de woonzorgcentra Vreugdehof, Bernardus en Leo Polak.
Verblijfsafdeling in verpleeghuis: als na revalidatie terugkeer naar huis niet meer mogelijk lijkt, is langdurig verblijf in een verpleeghuis nodig. Op een verblijfsafdeling krijgt de cliënt een eigen kamer die grotendeels naar wens kan worden ingericht. Revalidatie staat nu niet meer centraal, maar wel het leiden van een prettig en aangenaam leven in de best mogelijk lichamelijke conditie. De OsiraGroep heeft verblijfsafdelingen in de woonzorgcentra Vreugdehof, Bernardus en Leo Polak.
Die vermoeidheid, wat is dat toch?

U rekende er waarschijnlijk op dat die zware vermoeidheid minder zou worden naarmate de tijd verstreek.
Maar vermoeidheid kan ook een blijvend (rest)verschijnsel zijn
van een CVA.
De samenwerking tussen de hersencellen, de zenuwcellen en de beide hersenhelften is op sommige plekken verbroken. Daardoor moeten de hersenen zoveel inspanning leveren om iets te bereiken, dat vermoeidheid veel sneller optreedt. Na een CVA gaan sommige dingen of gaat zelfs bijna niets meer ‘op de automatische piloot’. Er moet veel meer inspanning worden verricht om bijvoorbeeld te bewegen, iets te doen, iets te bedenken, om te praten, te lezen, te begrijpen, om geconcentreerd te zijn, om informatie te filteren, om iets in te schatten, te interpreteren, te verwerken, te voelen, et cetera. De dagelijkse dingen in het leven kosten buitensporig veel energie. Vermoeidheid is het gevolg.
Als vermoeidheid blijvend een rol speelt is het verstandig hulp te zoeken. Met bijvoorbeeld een CVA-verpleegkundige of ergotherapeut wordt het dagprogramma onder de loep genomen. Het gaat om de relatie tussen activiteiten en vermoeidheid en rust versus energie. Gezocht wordt naar wat energie kost en wat energie geeft. Dan is het zaak te oefenen met een nieuw dagprogramma. Dat dagprogramma gaat uit van een zeer persoonlijke en evenwichtige verdeling tussen inspanning en rust.
OsiraGroep is partner in het
Regionaal Expertisecentrum CVA te Amsterdam. De gespecialiseerde CVA-verpleegkundigen die hier werken begeleiden CVA-patiënten.
Het leek eerst zo goed te gaan, maar nu valt het tegen

Het meest logische zou zijn dat het herstel na een CVA in een stijgende lijn verloopt. Toch merken veel CVA-patiënten dat dit tegenvalt. Dat overkomt met name zij die het thuis zonder begeleiding moeten stellen. Er is na enige tijd geen contact meer met de neuroloog en de revalidatieperiode is afgerond. Het ‘oude leven’ wordt weer opgepakt en het werk, de hobby's worden (gedeeltelijk) hervat. Dan blijkt dat het niet meer lukt om ‘tien dingen’ tegelijkertijd te doen. Het vermogen om verschillende zaken op elkaar af te stemmen en het concentratievermogen zijn niet op het oude niveau.
In de praktijk blijkt dat een ergotherapeut ook in dit stadium nog veel kan betekenen. Een ergotherapeut richt zich niet op de ziekte, maar op de praktische gevolgen ervan bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Verlies of vermindering van de cognitieve functies heeft vaak praktische gevolgen waar een ergotherapeut bij kan helpen. (Cognitieve functies zijn onder meer: onthouden, waarnemen, handelen, denken en redeneren, plannen maken, problemen oplossen, taal, rekenen, lezen schrijven, aandacht en concentratie, het nemen van initiatieven en inzicht in de eigen situatie).
Het kan na een CVA erg lastig zijn om de handicap te aanvaarden én een positief zelfbeeld te behouden. Psycho-educatie kan daarbij helpen. Via psycho-educatie wordt een persoon begeleidt in een constructief verwerkingsproces, zodat hij of zij greep krijgt op het eigen leven.
Verpleegkundigen van het
Regionaal Expertisecentrum CVA hebben ervaring met alle soorten hulpverlening en weten welke instantie welke hulp biedt.
Ik ben haar partner, maar zij is niet meer de vrouw die ik trouwde
Een CVA treft het hele gezin, niet alleen de patiënt zelf. Beschadiging van de hersenen heeft ingrijpende gevolgen. Ook kan de persoonlijkheid worden vervormd. Frustraties zoals machteloosheid, afhankelijkheid, geen overzicht hebben en geen geduld hebben, kunnen de boventoon gaan voeren. Bovendien veranderen de onderlinge verhoudingen in het gezin. Was moeder eerst de energieke spil van het gezin, nu weet ze vaak niet eens meer hoe haar kinderen heten.
Verpleegkundigen van het
Regionaal Expertisecentrum CVA geven in dit geval informatie en uitleg. Dit kan al helpen om meer begrip te krijgen voor de patiënt en er makkelijker mee om te gaan. Daarnaast is aparte begeleiding van de mantelzorger mogelijk. Bekeken wordt waar de mantelzorger de kracht vandaan haalt en welke oplossingen er zijn om te komen tot een nieuw en zinvol evenwicht. Bovendien zijn er verschillende organisaties die mantelzorgondersteuning bieden.
Stichting MEE heeft een cursus voor partners van patiënten met Niet-aangeboren hersenletsel en
MARKANT heeft een lotgenotengroep voor partners van CVA patiënten.
Ik heb een CVA gehad, ben ik nu nog wel dezelfde persoon?

Elk mens heeft een persoonlijkheid, dat is een complex van lichaamseigenschappen, karakter, kennis, houding en gedrag. De hersenen bepalen voor een groot deel iemands persoonlijkheid. Een beschadiging in de hersenen kan dan ook tot een verandering in persoonlijkheid leiden. De CVA-patiënt kan zichzelf de vraag stellen: ‘Wie ben ik, ben ik nog wel dezelfde ik?’.
Het antwoord op die vraag is lastig te geven. De algemene opvatting is dat de CVA-patiënt deze vraag het beste zelf kan beantwoorden. Sommigen ervaren de verandering als dermate ingrijpend dat zij zichzelf echt als ander wezen beschouwen. Ze moeten erg wennen aan hun nieuwe ‘ik’ en er mee leren omgaan. Anderen ervaren de veranderingen als ‘hiaten’ in de oude persoonlijkheid. Hiaten waaraan gewerkt moet worden.
Als belangrijke levensvragen u bezighouden, is lotgenotencontact vaak erg zinvol. Het
Regionaal Expertisecentrum CVA weet precies welke vormen van lotgenotencontact er zijn en welke het best bij u past.