Headerplaatje

De butler

Beantwoordt veelgestelde vragen:
Pijltje
 

Dementie


Door de toenemende vergrijzing zal het aantal mensen met dementie tot 2050 sterk toenemen. Geschat wordt dat er op dit moment in Nederland 195.000 mensen zijn bij wie de diagnose dementie is gesteld. Er zijn nog circa 60.000 personen die aan dementie lijden, maar bij wie de diagnose nog niet is vastgesteld.

De kans op dementie neemt toe met de leeftijd; meer dan 30% van de mensen boven de 85 jaar is dement. Met hulp van deze webpagina willen wij u ondersteunen met kennis over dementie die bruikbaar is in het dagelijkse leven.

Oorzaak van dementie


Onder dementie verstaan we een chronische en onherstelbare achteruitgang van de intellectuele en geestelijke vermogens van de mens. Doorgaans is dit het gevolg van degeneratieve veranderingen in de hersenen, oftewel: hersenmassa neemt af en de functies van de hersenen gaan achteruit. Deze vernietiging van hersenfuncties leidt tot stoornissen op het gebied van onder meer geheugen, planning, spraak, motoriek, lezen, schrijven en het zintuiglijke gevoel.


Verschijnselen van dementie


Het verloop van dementie is zeer wisselend, van snel progressief tot langzaam voortschrijdend. De verschijnselen verlopen van licht, naar matig tot zwaar dement. Daarbij horen gradaties van:

Geheugen- en inprentingstoornissen
Er ontstaan problemen met het opnemen en vastleggen van gegevens in het geheugen. Nieuwe indrukken worden niet of maar kort vastgehouden. De demente weet niet meer wat hij zelf zojuist of een paar dagen geleden heeft gelezen, verteld, gevraagd of gedaan. Onthouden wat hem net werd verteld of gevraagd wordt steeds lastiger. Nieuwe informatie leren is bijna onmogelijk.

Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon
  • Het besef van tijd is kwijt. De demente weet niet meer welk uur, dagdeel, dag, maand, seizoen of jaar het is. Dit kan leiden tot onrust en een verstoord dag/nachtritme: hij is ’s nachts actief en wil opstaan, zich aankleden en koken voor de kinderen. De demente roept bijvoorbeeld steeds om zijn vrouw die reeds is overleden of wil op bezoek bij zijn eigen ouders.
  •  De demente weet niet waar hij is en kan de weg niet zelfstandig vinden. Hij zwerft rond en verdwaalt en weet niet met welk doel hij op een bepaalde plaats is.
  • Het herkennen van gezichten, daarbij de naam weten of iemand in een bepaalde categorie plaatsen (eigen familie, buren, verzorgende) wordt steeds moeilijker. De demente weet niet wie de mensen in zijn omgeving zijn of herkent personen niet die toch bekend mogen worden verondersteld.

Achterdocht
Wantrouwen, argwaan en onheuse verdenkingen kunnen symptomen zijn van dementie. Ten gevolge van de geheugenstoornis is de demente niet meer zeker van zichzelf en de mensen om hem heen.





Confabulatie (fantasie)
Een verhaal vertellen of een antwoord geven dat niet klopt met de werkelijkheid. De verbloemde en gefantaseerde verhalen dienen als opvulling voor wat men niet meer weet. Het antwoord heeft soms gedeeltelijk of weinig en later niets meer te maken met de vraag die wordt gesteld.

Decorumverlies
Het niet meer kunnen inschatten wat wel of wat niet kan in bepaalde situaties. Het inzicht in waarden en normen vervaagt. Dit leidt tot ontremd gedrag zoals zichzelf en zijn kleding niet meer wassen, knoeien met eten, neus snuiten in jurk, vloeken, slaan, handtastelijke toenaderingen, in prullenbak urineren, et cetera.

Oordeel- en kritiekstoornis
Een verminderd zelfinzicht, situaties niet meer objectief kunnen beoordelen en het niet meer kunnen hanteren van abstracte begrippen. Een demente kan bijvoorbeeld de overdrachtelijke betekenis van spreekwoorden niet meer weergeven.

Afasie (taal en spraak)
Het niet begrijpen van taal, van gesproken en geschreven woorden en zinnen (begripsstoornis). En, of: het zich niet kunnen uiten via spraak en geschrift; men kan de woorden als het ware niet meer ‘vinden’ en uitspreken (woordvindingsstoornis).

Agnosie (indrukken via zintuigen)
Het niet herkennen en kunnen interpreteren van indrukken die via de zintuigen ‘binnen komen’, terwijl het zintuig wel in orde is. Men ziet en voelt gebruiksvoorwerpen wel, maar kent de functie ervan niet meer. Dagelijkse voorwerpen verliezen hun betekenis. Dat kan ook gebeuren met de betekenis van geuren, geluiden en smaak. Het lichaamschema is verstoord, dat betekent dat het spontane besef over grootte, houding, stand en onderlinge verhoudingen van het lichaam is verdwenen. Bovendien kan de zwaar demente signalen van zijn eigen lichaam (dorst, honger, pijn, warmte, koude) niet meer herkennen.

Apraxie (praktische vaardigheden)
Het niet goed kunnen uitvoeren van aangeleerde praktische vaardigheden. Dagelijkse handelingen worden niet of niet meer in de juiste volgorde verricht. Dat merkt men op vele terreinen: bij het wassen, aankleden, eten, het huishouden, telefoneren en het zetten van een handtekening. Maar ook het gaan staan, zitten en lopen wordt moeilijker.

Perseveratie (herhalingen)
Dit is het steeds herhalen van dezelfde geluiden, bewegingen, vragen, opmerkingen of het steeds vertellen van hetzelfde verhaal.

Hallucinaties en wanen
De waarneming is verstoord, dat betekent dat men dingen ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft die er in werkelijkheid niet zijn (hallucinaties). Bij wanen gaat het over gedachten, ideeën of overtuigingen die niet overeenkomen met de feiten en de werkelijkheid.

Verzamelzucht
Dit is een sterke behoefte om spullen bijeen te vergaren. De demente verzamelt bijvoorbeeld etenswaren (fruit, brood, koekjes), gebruiksvoorwerpen (wc-papier, lepeltjes), kleding (vuile kleding, ondergoed) of linnengoed. De spullen worden op diverse plaatsen opgeborgen zoals in de handtas, in een zak of mouw van de kleding, in het nachtkastje, onder het kussen of matras. Dit heeft te maken met het groeiend gebrek aan overzicht, de vrees om iets te kort te komen en de behoefte aan een stukje houvast (veiligheid).

Alle hierboven genoemde verschijnselen kunnen leiden tot grote angst, onzekerheid, een onveilig gevoel, gespannenheid en onrustig gedrag.

De diagnose


Het stellen van de vermoedelijke diagnose dementie vindt meestal bij de huisarts plaats. Deze zal in veel gevallen doorverwijzen naar een gespecialiseerde instelling (geheugenpoli, afdeling neurologie in een ziekenhuis, afdeling ouderen van de GGz). Daar wordt de diagnose dementie via uitgebreid onderzoek bevestigd en wordt de vorm van dementie onderzocht.

Behandeling


Dementie is (nog) niet te genezen. Er zijn medicijnen die verslechtering van het geheugen en de denkprocessen proberen tegen te gaan. Deze medicijnen zijn bedoeld voor mensen die aan een lichte of matige vorm van dementie lijden. Daarnaast zijn er medicijnen die eventueel optredend probleemgedrag, zoals onrust of agressie bestrijden. Kijk op www.alzheimer-nederland.nl voor de meest recente behandelmogelijkheden.

Omgaan met de demente medemens


Er zijn veel tips voor de omgang met een dementerend persoon. Dementie is een complexe ziekte met gevolgen op veel gebieden. Of een benadering wel of niet (tijdelijk) aanslaat is van te voren niet te zeggen. Veel heeft te maken met inlevingsvermogen, takt en geduld. 



Hieronder een greep uit de tips:

Geheugen- en inprentingstoornissen
  • Stel eenvoudige en duidelijke vragen, vermijd ‘waarom-vragen’
  • Bedenk dat per dagdeel de geheugenstoornis kan verschillen
  • Probeer aandacht vast te houden door te zorgen voor een rustige omgeving, maak korte zinnen en oogcontact en houd een laag tempo aan
  • Geef korte aanwijzingen bij dagelijkse activiteiten, herhaal de informatie
  • Schrijf verjaardagen, afspraken en gebeurtenissen in een schrift
  • Houd een dagboekje bij zodat de demente kan nalezen wat hij of zij heeft gedaan

Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon
  • Hang een grote klok met wijzerplaat en goed zichtbare wijzers op. Het liefst een klok die elk uur slaat. Of een klok die tevens de datum en de dag weergeeft
  • Hang een white-bord of krijtbord aan de muur en schrijf daar activiteiten van de dag op
  • Haal de seizoenen in huis met herfststukjes, bloemen van het seizoen en versieringen die bij een feest (zoals Pasen) horen
  • Neem de dementerende mee naar buiten zodat hij of zij zelf kan ervaren welk jaargetijde het is
  • Gebruik recente kranten en tijdschriften. Gooi oude weg
  • Houd zoveel mogelijk een vast dag- en weekritme aan
  • Zet in de slaapkamer alleen slaapkamerspullen en in de woonkamer alleen woonkamerspullen
  • Zet gebruiksvoorwerpen steeds op dezelfde logische plaats
  • Maak gebruik van spiegels om zelfherkenning te stimuleren
  • Plak recente foto’s van familie op een prikbord, met daarbij de naam en enkele bijzonderheden (verjaardag, naam kleinkinderen, heeft 2 poezen, woont in Delft)
  • Maak eventueel een ‘geschreven geheugen’: een schrift of plakboek met het levensverhaal van de demente, inclusief familieverhalen en veel foto’s
  • Betrek de demente zoveel mogelijk bij dagelijkse herkenbare activiteiten, zoals het bed opmaken, poes eten geven, afwassen, tafel dekken, de was doen, et cetera
  • Desoriëntatie kan onzekerheid, angst, verdriet en woede oproepen. Ingaan op dat gevoel is net zo belangrijk als het begeleiden van de demente in de oriëntatie of realiteit.

Achterdocht
  • Waarom is de demente achterdochtig? Probeer dit te begrijpen
  • Heeft achterdocht wellicht ook te maken met doofheid?
  • Ontken de beschuldigingen niet, maar probeer in te gaan op zijn/haar gevoelens. En vertel rustig de waarheid. Achterdocht vergt veel takt en inzicht
  • Ga samen zoeken als er iets kwijt is. Laat hem/haar het voorwerp vinden
  • Betrek de demente bij de handelingen die je doet, zeg hardop wat je doet
  • Berg waardevolle spullen samen op, altijd alles op dezelfde plaats en zet belangrijke items (handtas en portemonnee) duidelijk in het oog

Confabulatie (fantasie)









 

  • Zegt nooit tegen de demente dat hij of zij liegt
  • Ga niet in discussie over de waarheid. Sluit je aan bij datgene wat de demente beleeft of voelt
  • Als u de achtergrond (bijvoorbeeld geschiedenis) weet, kan voorzichtig bijgestuurd worden
  • Probeer gesloten vragen te stellen: Was de tomatensoep lekker? En niet: wat heeft u zojuist gegeten?
  • Bespreek met andere bezoekers (familie, thuiszorg) dat de demente confabuleert, daarmee voorkomt u verwarring en onbegrip

Decorumverlies
  • Word niet boos, maak het (onaangepaste) gedrag niet belachelijk en blaas de situatie niet teveel op
  • Bedenk steeds dat het onaangepaste gedrag niet bewust wordt ingezet
  • Indien mogelijk kunt u proberen het gedrag bespreekbaar te maken en rustig aangeven dat het gedrag onacceptabel is
  • Soms kan men de demente het beste afleiden, dus de aandacht verplaatsen naar een ander thema
  • Besteed extra aandacht aan kleding, haardracht en hygiëne als er sprake is van verwaarlozing
  • Stel uw verwachtingen bij naar beneden. Continu corrigeren maakt onzeker en is nadelig voor de sfeer
  • Houd oog voor wat de demente nog wel (goed) kan
  • Grijp in als anderen (op straat of in de winkel) onder het gedrag lijden. Begeleid de demente rustig weg
  • Geef zelf het goede voorbeeld (tafel dekken, correct taalgebruik, niet roepen)

Afasie (taal en spraak)
  • Radeloosheid en boosheid kunnen volgen als de demente zichzelf niet meer verbaal kan uiten en niet meer begrepen wordt door anderen
  • Neem de demente altijd serieus, ook als u hem/haar niet begrijpt. Wees daar eerlijk over
  • Blijf rustig en geduldig als hij/zij de woorden niet kan vinden. Verbeter de woordkeuze niet en vul half afgemaakte zinnen niet te vroeg aan
  • Stel korte eenduidige vragen waarop met ja of nee geantwoord kan worden
  • Kijk de demente aan terwijl u praat en ondersteun uw woorden met gebaren en door iets aan te wijzen of te tekenen
  • Als praten onmogelijk is geworden kunt u proberen contact te krijgen door middel van aanraken, gebaren, zingen en dansen. Blijf zelf wel praten

Agnosie (indrukken via zintuigen)
  • Voorkom gevaarlijke situaties, berg schoonmaakmiddelen achter slot en grendel, zet planten en vazen met bloemen buiten handbereik, berg losliggende vloerkleedjes op en zet kindersloten op ramen. Zo voorkomt u o.a. het drinken van schoonmaakmiddelen, het eten van planten en het oppeuzelen van een bruistablet voor kunstgebitten
  • Let erop of de demente voldoende en regelmatig eet en drinkt. Signalen van honger en dorst worden niet meer herkend. Ook al staat het eten en drinken klaar, hij/zij doet er niks mee
  • Kijk uit met warme dranken, de demente merkt niet meer dat hij/zij zijn mond verbrandt. Brandende sigaretten kunnen ongemerkt uit de hand op een been vallen zonder dat de pijnervaring wordt herkend. Ook een gebroken heup kan onopgemerkt blijven
  • Let op: bij reukagnosie worden ook geuren (van b.v. een smeulend vloerkleed) niet herkend.
  • Ondersteun bij handelingen die niet meer vanzelf gaan, doe met uw eigen hand een drinkgebaar, wasgebaar of het haarkammen voor. Of breng zijn/haar arm met washandje om de hand naar het gezicht

Apraxie (praktische vaardigheden)
Een gevoel van hulpeloosheid en onhandigheid kan optreden als de demente de ordening bij zijn/haar dagelijkse verzorging verloren gaat. Het zelf kunnen uitvoeren van handelingen, hoe klein ook, is belangrijk voor de eigenwaarde.

 


  • Observeer welke (deel)handelingen de demente nog wel zelf kan en probeer deze zo overzichtelijk mogelijk te maken
  • Houd dezelfde volgorde van wassen en aankleden aan en deel opdrachtjes in kleine stappen op. Haal vuile kleding weg en leg schone kleding in de juiste volgorde klaar
  • Zorg dat er makkelijk aan te trekken en goed schoon te maken kleding is
  • Wees rustig en heb veel geduld. Blijk van irritatie verhoogt zijn/haar gevoel van onhandigheid

Perseveratie (herhalingen)
  • Geef altijd antwoord, ook al vraagt de demente steeds hetzelfde. De vorige vraag is hij/zij echt al weer vergeten
  • Toon veel geduld ook al is dat soms moeilijk
  • Probeer af te leiden door samen iets anders te gaan doen, iets wat hij/zij leuk vindt
  • Probeer te begrijpen waarom de demente steeds hetzelfde zegt en wat de achtergrond ervan is

Hallucinaties en wanen
  • Bedenk dat de waan of hallucinatie als werkelijkheid wordt ervaren. Het heeft geen zin de demente te overtuigen van zijn/haar onjuiste waarnemingen
  • Ontkenning zorgt voor een onbegrepen gevoel. Luister aandachtig en geef het gevoel dat u hem/haar serieus neemt en zijn gevoelens over de inhoud van de waan begrijpt. Echter zonder zelf mee te gaan in de waan
  • Een waan of hallucinatie beïnvloedt het gedrag sterk. Als het bedreigend is, kan de demente zeer angstig reageren
  • De inhoud van de waan kan leidend zijn voor uw eigen reactie. Als de demente over de tafel aait in de veronderstelling dat zij haar baby liefkoost, is er geen reden om actie te ondernemen. Soms kunt u meegaan met een hallucinatie of waan, bijvoorbeeld samen enge beesten wegjagen. Een ander keer is het beter om afleiding te zoeken in andere activiteiten of gespreksonderwerpen

Verzamelzucht
  • Probeer te begrijpen waarom de demente dingen verzamelt
  • Observeer wat er verzameld wordt en waar. Op discrete wijze kunt u nu en dan wat opruimen, samen met de demente of bij diens afwezigheid. Observeer de reactie na de opruiming en pas daar uw toekomstige gedrag op aan.
 

Wetenschappelijk onderzoek


Over de hele wereld vindt onderzoek plaats naar de oorzaak van dementie en naar mogelijke succesvolle behandelvormen. De OsiraGroep levert een bijdrage aan één van de speerpunten binnen dat wetenschappelijk onderzoek, namelijk aan de vraag ‘wat kunnen we doen om het proces van dementering te vertragen?’.

Onderzoek van Vrije Universiteit
Het onderzoeksteam van de afdeling Klinische Neuropsychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam: drs. Roxane Weijenberg, drs. Karin Volkers, drs. Bart Plooij, drs. Gerwin Blankevoort, dr. Laura Eggermont, onder leiding van prof. dr. Erik Scherder, heeft van de Innovatiefondsen Zorgverzekeraars een financiële impuls gekregen om een drietal projecten te implementeren in de thuiszorg en in verzorging- en verpleeghuizen. Hieronder een korte toelichting:

Invloed van lopen
Iedereen is er van overtuigd dat lichamelijke activiteit, zoals lopen, goed is voor de mens, meer in het bijzonder voor zijn lichamelijke conditie en meer in het algemeen voor zijn gevoel van welbevinden. Veel minder bekend is dat lichamelijke activiteit een positief effect kan hebben op een heel ander aspect van ons functioneren, namelijk op onze intellectuele vermogens, in ’t bijzonder ons geheugen. Bij gezonde ouderen, dat wil zeggen ouderen zonder dementie, is aangetoond dat lichamelijke activiteit, zoals lopen, een gunstig effect heeft op dat aspect van onze cognitie dat een essentiële rol speelt bij het zelfstandig functioneren, namelijk de uitvoerende functies waaronder het geheugen. Tevens is aangetoond dat veel bewegen de stemming, voornamelijk depressie, verbetert.
Het doel van dit project is om ouderen met een dementie meer lichamelijke activiteit per dag aan te bieden, dat wil zeggen 30 minuten lopen per dag, 5 dagen per week, als onderdeel van de dagelijkse zorg. Verwacht wordt dat dagelijkse lichamelijke activiteit zoals lopen een gunstig effect heeft op het geheugen en zelfstandigheid, de stemming en het slaap-waakrtime van de oudere met een dementie.

Invloed van kauwen
Verschillende studies laten zien dat kauwen een verhoging van de hartslag met zich meebrengt en daarmee een verbeterde doorbloeding van de hersenen. Dit is mogelijk ook de verklaring voor het feit dat mensen die kauwen tot betere geheugenprestaties komen. Bij gezonde ouderen is inmiddels vastgesteld dat een verminderd kauwvermogen in relatie staat tot een minder goed functionerend geheugen. Hierbij rijst de vraag hoe goed ouderen met een dementie nog kauwen. Juist deze groep ouderen is kwetsbaar en iedere vorm van stimulatie is belangrijk om de hersenen zo goed mogelijk te laten functioneren. Het is om deze reden dat een interventie waarbij een verbetering van het kauwvermogen (tandheelkunde, mondhygiëne, dieet) centraal staat, wordt geïmplementeerd op afdelingen waar ouderen met een dementie wonen.

Invloed van pijndiagnostiek en -behandeling
Naarmate men ouder wordt, neemt de kans op het ontstaan van pijnklachten toe. Een ander belangrijk gegeven is dat leeftijd risicofactor nr. 1 is voor het ontstaan van dementie. Gezien de toenemende vergrijzing kan dus geconcludeerd worden dat het aantal ouderen met een dementie en pijnklachten de komende jaren sterk toenemen. Bekend is ook dat dementie vaak gepaard gaat met een depressie en, om alles nog wat complexer te maken, pijn en depressie elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden. In dit project ligt het accent op het implementeren van een goede pijndiagnostiek en pijnbehandeling. Verwacht wordt dat een goede pijndiagnostiek en pijnbehandeling zal leiden tot een verhoging van de lichamelijke activiteit en daarmee tot een handhaving of verbetering van het geheugen, de stemming en het slaap-waakritme.